Ik heb het nog nooit gedaan. Dus ik kan het niet?

“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.” Pippi Langkous.

Nu is Pippi misschien niet meteen de persoon aan wie je je volledige carrièreplanning moet toevertrouwen. Maar geef toe: ze heeft wel een punt. Want hoe kan je eigenlijk weten dat je iets niet kan, als je het nog nooit gedaan hebt?

Klinkt logisch.

En toch doen we het voortdurend.

Precies daar komen latente competenties om de hoek kijken: competenties die vandaag nog niet zichtbaar of ontwikkeld zijn, maar waarvoor het potentieel wél aanwezig kan zijn.

We kijken vooral naar wat je al kan

Wil je weten waar iemand goed in is? Dan kijken we meestal naar wat die persoon vandaag al kan.

Welke ervaring heb je? Welke vaardigheden heb je ontwikkeld?
Wat heb je al gedaan? Waar ben je aantoonbaar goed in?

Heel logisch. En ook heel nuttig.

Alleen zitten daar twee serieuze addertjes onder het gras.
Want wat je vandaag kan, vertelt vooral iets over wat je in het verleden geleerd en ontwikkeld hebt.
En dat is niet noodzakelijk hetzelfde als waar je van nature talent voor hebt.

Goed in iets? Proficiat! Maar...

Als je iets vaak genoeg doet, word je er meestal beter in.
Oefenen helpt. Ervaring helpt. Opleiding helpt.

Wie jarenlang verslagen schrijft, kan daar behoorlijk goed in worden. Wie elke dag planningen maakt, wordt waarschijnlijk een kei in plannen. En wie twintig jaar lang klanten te woord staat, kan fantastische gesprekstechnieken ontwikkelen.

Maar daaruit volgt niet automatisch dat je daar ook energie van krijgt.

Je kan ergens heel competent in zijn en het tegelijkertijd verschrikkelijk vinden.

En toch maken we ook daar snel conclusies.
“Louise is daar goed in. Geef dat maar aan haar.”
Waarna Louise het opnieuw doet.
En opnieuw.
En er nóg beter in wordt.

Tot iedereen er rotsvast van overtuigd is dat we hier met een geweldig talent te maken hebben.
Behalve Louise.

Die wil ondertussen het liefst gillend weglopen zodra iemand nog één keer zegt: “Jij bent daar zo goed in.”

Iets goed kunnen, wil dus niet automatisch zeggen dat het ook een kerntalent is. Of dat je er gelukkig van wordt.

Latente competenties: Oei, ik heb het nog nooit gedaan ...

En dan is er nog de omgekeerde situatie. Wat met alles wat je nog nooit gedaan hebt?

Misschien heb je nog nooit een team geleid. Nog nooit onderhandeld. Nog nooit een strategie uitgedacht. Nog nooit voor een grote groep gesproken.

Kunnen we daaruit besluiten dat je daar geen talent voor hebt? Nope.

Het enige wat we met zekerheid weten, is dat je het nog nooit gedaan hebt. En daar worden latente competenties interessant.

Dat zijn competenties waarvoor het onderliggende potentieel aanwezig kan zijn, maar die nog niet of nauwelijks ontwikkeld zijn.

Niet omdat je ze niet zou kunnen ontwikkelen. Maar omdat je er misschien simpelweg nooit de kans voor kreeg.

Dus wat zegt een competentie eigenlijk?

Best veel. Maar niet alles. Een competentie vertelt wat je vandaag kan.

Ze vertelt niet automatisch hoeveel natuurlijke aanleg eronder zit.
Ze vertelt niet hoeveel moeite het je gekost heeft om er goed in te worden. En vooral: ze vertelt niet noodzakelijk of je er energie van krijgt.

Omgekeerd vertelt het ontbreken van een competentie evenmin dat je er geen aanleg voor hebt.

En precies daar wordt het interessant wanneer je een keuze moet maken.

Een studie, een eerste job, een volgende stap in je carrière.
Een compleet andere richting na twintig jaar of zelfs de verdeling van rollen binnen een team.

Want als we alleen kijken naar wat iemand vandaag al kan, kijken we voor een groot stuk naar wat het verleden van die persoon heeft opgeleverd. Terwijl we net willen weten wat er in de toekomst mogelijk is.

Closing the gap

En daar zit voor mij een van de grote sterktes van de kerntalentenmethode.

We kijken niet alleen naar je huidige competenties, maar naar de onderliggende combinatie van je natuur, intrinsieke motivatie en potentieel.

Daardoor ontstaat een veel breder beeld.

We zien competenties die je ontwikkeld hebt én die mooi aansluiten bij je kerntalenten. Maar we kunnen evengoed ontdekken dat iets waar je bijzonder goed in bent, helemaal niet zo sterk aansluit bij wat jou van nature motiveert.

En dan zijn er nog die andere: de latente competenties. Potentieel dat er wél zit, maar dat nog nooit de kans heeft gekregen om zich te ontwikkelen.

Kerntalenten helpen zo de kloof te verkleinen tussen wat je vandaag kan, wat echt bij je past en wat je potentieel nog zou kunnen ontwikkelen.

En dat zijn drie behoorlijk verschillende dingen.

Betekent dat dat je automatisch briljant bent in iets wat je nog nooit gedaan hebt?

Euh… nee. Sorry, Pippi.

Potentieel is nog geen competentie. Je moet nog leren, oefenen, proberen, ervaring opdoen en waarschijnlijk hier en daar eens stevig op je bek gaan.

Maar misschien mogen we wel wat voorzichtiger worden met twee zinnetjes:

“Ik kan dit goed, dus dit zal wel bij mij passen.”

én

“Ik heb dit nog nooit gedaan, dus dit zal wel niets voor mij zijn.”

Want geen van beide vertelt noodzakelijk het hele verhaal.

Een kerntalentenanalyse helpt zichtbaar maken wat je al ontwikkeld hebt, wat écht bij je past én welk potentieel vandaag misschien nog onder de radar zit. En precies daar kunnen soms verrassend nieuwe mogelijkheden ontstaan.